Ruim een kwart eeuw leefde Erik-Paul een zwervend bestaan in Hengelo. Op 49-jarige leeftijd overleed hij veel te vroeg aan de gevolgen van een ziekte. Een markant mens ging heen. Zijn uitvaart was dan ook zoals hijzelf altijd is geweest: bijzonder.
Een paar maanden na het overlijden van Erik-Paul zitten we met zijn twee zussen Jeannette en Machteld aan tafel. Toevallig hebben ze een dag eerder wederom foto’s van hun broer ontvangen. De foto’s tonen Erik-Paul onder meer al rijdend op zijn bakfiets door een waterfontein in de binnenstad. Maar ook plaatjes met z’n vrienden van de straat, rustig kijkend in de lens. Soms die uitdagende blik. Ondanks dat hij als zwerver – een leven waarvoor hij zelf koos – een soms lastig bestaan moet hebben gehad, zijn de foto’s van een prachtige schoonheid. Een vrij¬gevochten geest die op zijn wijze van het leven geniet. ’Die foto’s zijn toch super. Echt gaaf’, zegt Machteld met een glimlach. Na zijn overlijden komen er steeds meer verhalen los over hun broer. ’Ik dacht altijd dat hij een enorme lastpost was. Maar het blijkt dat hij vooral geliefd was. Ook de middenstand was heel gek met hem.’ In die jaren was er altijd wel contact, maar nooit heel intensief. Tot ze op een gegeven moment hoorden dat Erik-Paul was opgenomen in een ziekenhuis. Het ging niet goed met hem. Jeannette: ’Eigenlijk was hij opgegeven. Een risicovolle operatie kon, maar de kans op herstel was nihil. Toch koos hij daarvoor. Hij had nog steeds een enorme hang naar het leven.’ En hij kwam de operatie te boven. ’In die tijd hebben we hem vertroeteld, met hem gepraat. Dat is een zeer waardevolle periode geweest.’
Lederen jas
Maar een tweede operatie was nodig. Een paar dagen daarna overleed hij. In verdriet moest de uitvaart worden geregeld. Wat in eerste instantie op een ‘normale’ uitvaart leek uit te draaien, werd uiteindelijk een bijzondere. ’Erik-Paul lag opgebaard in de aula. Uiteindelijk mochten we hem zijn lederen jas, waar hij altijd erg gek mee was, laten aandoen. Dat vonden we al geweldig, omdat die jas zo bij hem hoorde’, zegt Machteld. Toen Wim Hubers, de voormalig eigenaar van een fietsenstalling in Hengelo, afscheid kwam nemen, werd een nieuw idee geboren. ’Hennie Lohuis van Yarden had namelijk al gevraagd of de bakfiets waar Erik-Paul altijd mee rondreed, er nog was. Die was er dus nog. Wim Hubers bracht de volgende dag direct de bakfiets, zodat onze broer opgebaard lag op zijn vertrouwde metgezel’, haalt Machteld de herinnering naar boven. Alsof het zo moest zijn, zo hebben de twee zussen de uitvaart ervaren. ’We kwamen vanuit verschillende hoeken tot iets bijzonders, zonder dat we daarin hebben gestuurd. Mede dankzij Hennie en uitvaartleidster Rita Markslag van Yarden die enorm hebben meegedacht. Alles was bespreekbaar.’
Middelpunt
De dag van de crematie was eveneens bijzonder; Freek, de broer van Erik-Paul, reed de bakfiets waarop de kist rustte het uitvaartcentrum uit. Een wijze van afscheid nemen die eigenlijk niet anders had kunnen zijn. ’In de bakfiets lag zelfs nog gereedschap. Ook dat hoorde gewoon zo.’ In het uitvaartcentrum werd Erik-Paul opgebaard in het midden, de nabestaanden zaten in een kring om hem heen. ’Dat vonden we zo mooi. Onze broer stond altijd een beetje aan de buitenkant van de maatschappij. En nu stond hij toch in het middelpunt. Heel intiem.’ Zoals ook het samenzijn in het restaurantje, vlakbij het crematorium. ’De psychiatrisch verpleegkundige van Erik-Paul had nog veertig euro op zak, die hij vlak voor het overlijden aan onze broer had willen overhandigen. Het was ”zijn” geld en daarmee heeft Erik-Paul ons op een laatste borrel getrakteerd. En héél gek, toen we weg gingen kwam er een einde aan een zonovergoten dag en begon het te regenen. Het was af.’
‘Onze broer lag op zijn vertrouwde metgezel, de bakfiets’






