Stefan Meinders wilde dat gasten na zijn uitvaart bier en bitter¬ballen zouden krijgen. Zijn moeder Arma en zijn vader Henk begrepen direct waarom.
‘Stefan was een schat van een jongen’, vertelt Arma. ‘Als kind heeft hij de nodige problemen overwonnen. Hij was een druk kind en dyslectisch. Dat heeft ’m op school gehinderd, maar hij deed vreselijk zijn best. Ik heb hem gesteund waar ik kon en samen hebben we veel overwonnen.’ Toen hij ouder werd kon Stefan zelf zijn problemen op geheel eigen wijze oplossen. ‘Hij was een echte charmeur en entertainer’, verzekert Arma. ‘Hij had er plezier in om het andere mensen naar de zin te maken. Hij was een mooie jongen, zeer geliefd bij de dames en hield zelf ook van mooie dingen en mooie mensen. Daarnaast was hij heel sociaal.’
Liever kok
Stefan was sportief. Zijn sportieve uitdaging vond hij uiteindelijk in rugby, bij Rugby Club Groningen. Hij had talent, speelde in het Nederlands rugbyteam. Met het team zwierf hij over de wereld en speelde grote wedstrijden. Hij bleef oog houden voor practical jokes en plezier maken. ‘Hij was een echte gang¬maker’, zegt Henk. Toen een Engelse rugbyvereniging Stefan wilde inlijven, wees hij het aanbod af. ‘Hij deed de koksopleiding en was daar goed in’, vertelt Arma. ‘Hij koos voor zijn maatschappelijke carrière. Hij werkte onder meer bij Jonnie Boer in Zwolle.’
Gevecht tegen de ziekte
Toen Stefan zich een keer niet lekker voelde, dacht hij dat het kwam omdat hij een tijd erg hard had gewerkt. Maar het bleek acute lymfatische leukemie. Na een heftig gevecht tegen de ziekte, waarin het gezin – ouders, broer, zus, vriend en schoonzus – letterlijk en figuurlijk om hem heen stonden, stierf Stefan op 9 juni 2006. Hij was nog geen 21 jaar oud. Arma: ‘Hij heeft een jaar gevochten. Maar Stefan moest zich gewonnen geven en hij toonde zich een waardige verliezer. Natuurlijk wilde Stefan niet weg van ons, toch heeft hij zich over¬gegeven en zijn nieuwe “avontuur” aanvaard. ‘Spannend, wat ga ik nu weer meemaken?’, was één van zijn laatste zinnen voor hij stierf.’
Erehaag van vrienden
Stefan werd thuis opgebaard en Henk en Arma droegen, samen met Stefans broer en zus, vriend en schoonzus, de kist op de dag van de uitvaart steeds zelf. Ze schoven de kist zelfs de oven in. ‘Bij het crematorium liepen we met Stefan door een erehaag van zijn rugbyvrienden naar binnen terwijl zij het Groninger Volkslied zongen’, vertelt Arma. ‘Er waren zeker zevenhonderd mensen aanwezig. Een professioneel bedrijf heeft voor ons de beelden en muziek gemaakt.’ ‘Vooral het filmpje met het nummer Hotel California van The Eagles was indrukwekkend’, vertelt Henk aangedaan. ‘Daarin waren foto’s van Stefan gemonteerd. Het nummer begint met een trompetsolo. De trompettist maakt een uitdagende beweging van “kom maar” naar het publiek. Stefan vond dat schitterend.’ De mensen verlieten de aula op het nummer Waarheen, Waarvoor van Mieke Telkamp. ‘Een typische Stefan-grap’, lacht Arma.
Zoals in het café
Daarna kwamen de bitterballen, het bier en werd Stefans lievelingsmuziek gedraaid. ‘Precies zoals hij wilde’, zegt Arma. ‘En het werd gezellig. Echt zo’n cafésfeer waar Stefan zo van hield. Gezelligheid, mensen om hem heen, een biertje erbij; dan was hij op zijn best.’ Henk vult aan: ‘Meneer Eiking van Yarden moest er meerdere keren op uit om meer bier te halen!’ Arma: ‘We zijn heel lang doorgegaan. Gelukkig hadden de mensen van het crematorium ons als laatste uitvaartdienst ingepland die dag, want we hebben er tot half zeven gestaan met z’n allen.’
Tatoeage van as
Stefan is weer terug bij zijn familie. In de woonkamer staat een oude rugbybal waarmee hij nog heeft gespeeld, met zijn as erin. Arma en zijn zus Judith hebben met een klein deel van zijn as op de binnenkant van hun polsen een tatoeage laten zetten. Arma met de initialen van Stefan, zijn zus een hartje van vlammen dat brandende liefde verbeeldt. ‘Op de linkerpols’, wijst Arma naar die van haar. ‘Het bloed is van daar het snelst bij het hart.’
‘Hij was een echte charmeur’






