Waarom zou je het einde niet verfraaien?

Mevrouw Scheele (94) uit Enschede houdt er wel van om het leven met haar creatieve invallen te verfraaien. Ook over haar eigen uitvaart had ze ineens een origineel idee: ze wilde wat doen met haar kist. Nu staat de kist als kast opvallend te schitteren op haar slaapkamer.

Een mooie, wit geschilderde doodskist staat recht overeind bij mevrouw Scheele (94) in haar slaapkamer. Ze loopt erheen, streelt even met haar handen erlangs en zegt: ‘Ik vind ’t een heel mooie kist, zo.’ Het bijzondere aan de kist is dat hij beplakt is met beelden die het leven van mevrouw Scheele markeren. Oranje voetjes verbinden de foto’s met elkaar en maken op die manier het leven van mevrouw Scheele tot één geheel. Ook heeft de kist vijf legplanken, waarop spulletjes liggen. Op een zaterdag in september heeft mevrouw Scheele, samen met haar drie zonen en twee kleinzoons, deze kistkast beplakt met de foto’s. ‘Ik wilde er iets leuks van maken. Een gewone kist is zo saai. Ik zit altijd vol ideeën en dat kwam ineens in me op. Ik ben altijd creatief geweest. Ik heb altijd geweven, wol geverfd, sieraden gemaakt en geschilderd.’ De laatste twee hobby’s oefent mevrouw Scheele nog altijd uit. ‘Ik houd ervan om de zaken in het leven te verfraaien. En waarom zou je dat dan op het laatst niet doen?’, vraagt ze heel nuchter.


Snel geregeld


Haar hobbyspullen liggen nu op de legplanken van de kistkast. ‘Dat stond allemaal in dozen en dat was niet zo handig. Ik word wat ouder en kon er niet meer zo makkelijk bij. Nu kan ik bijvoorbeeld de kralen die ik gebruik voor sieraden maken, er makkelijk uithalen. Heel handig!’ De uitvoering van haar idee ging makkelijk. ‘Ik had al eens met Wilco Plaggenborg en met uitvaartverzorger Rita Markslag gesproken. Toen ik Rita over het idee van de kistkast vertelde, heeft ze dat allemaal heel snel voor me geregeld. Hartstikke leuk vond ik dat! Ik vond het ook fijn dat zij erbij was toen we de kistkast beplakten. Ook de medewerking van de directie van zorgcentrum de Posten was hartverwarmend.’

Rutgers Stichting


Mevrouw Scheele heeft een lang, actief en goed leven gehad, verzekert ze. De geboren Enschedese vertelt er graag over. ‘Mijn vader was kleermaker. Veel geld hadden we niet. Maar ik heb een heel goede jeugd gehad. We gingen vaak met het hele gezin ’s zondags naar het Lutterzand. Eerst met de trein naar Oldenzaal, en dan lopen naar het Lutterzand. Geld voor fietsen hadden we niet! En ’s zomers kampeerden we daar. We zetten de tent, die door mijn moeder was gemaakt, daar gewoon neer, dat kon toen nog. Op de slaapplaatsen lag stro met dekens erop.’ Mevrouw Scheele doorliep de lagere school, maar deed geen vervolgopleiding. Later heeft ze opleidingen gevolgd en is ze verpleegster geworden. ‘Met mijn man ben ik aanvankelijk naar Haarlem verhuisd, waar hij als graficus ging werken. Nadien zijn we voor zijn werk in Deventer en Maastricht gaan wonen. Ik ben blijven werken in de verpleging en later, toen mijn drie zoons het huis uit waren, heb ik ook voorlichting gegeven voor de Rutgers Stichting. Ik gaf onder meer voorlichting over anticonceptie. Ook met ons gezin trokken we veel de natuur in, wandelen, fietsen en kamperen. Gerard, mijn man, vond dat ook heerlijk. Later kregen wij ook de luxe van een auto en een caravan en trokken we verder weg.’

Eén bloem


In januari 2005, vlak na zijn verjaardag, overleed de man van mevrouw Scheele. Ze mist hem nog steeds, al gaat de echte pijn een beetje slijten. ‘Soms denk ik nog wel “ik wou dat je er nog was, dat ik nog even met je kon praten”. Maar hij zou in het Twents zeggen: “Ik bin d’r niet meer, daar mot je aan wenn’n”, glimlacht ze. Op de uitvaart van haar man kijkt mevrouw Scheele tevreden terug. Dat brengt ons op haar eigen uitvaart, waar ze makkelijk over praat – ‘Overal komt een eind aan. Ik zie er niet tegenop, maar ik hoop dat ik niet lang hoef te lijden.” Wat betreft haar eigen uitvaart heeft ze verder niet veel opmerkelijke wensen. ‘Ik wilde altijd de as van mijn man uitstrooien over het Lutterzand. Maar dat is er nooit van gekomen. Mijn zonen wonen in verschillende regio’s van het land en we hebben tot nog toe nooit de gelegenheid gevonden. Zijn urn staat nu hier, bij mij thuis. Ik wil graag dat zij de as van mijn man en die van mij samen uitstrooien op het Lutterzand. Dat zou ik heel fijn vinden. En o ja, ik wil niet dat iedereen grote boeketten bloemen meeneemt naar de uitvaart. Dat vind ik zo’n zonde van het geld. Eén mooie bloem is voldoende. Ik heb de crisisjaren nog meegemaakt, hè. Verder laat ik ’t aan mijn kinderen over. Zij hebben ook de foto’s die nu op mijn kist zijn beplakt uitgezocht en bij de uitvaart van mijn man hebben ze het heel mooi gedaan. De dag waarop we samen mijn kist hebben beplakt, dàt was voor mij een bijzondere dag. Nu weet ik hoe mijn kist eruitziet, het zou toch jammer zijn als dat pas was gebeurd als ik er niet meer was geweest?’

Rouwverwerking

Om mensen te helpen met de verwerking van hun verdriet, organiseren we verschillende bijeenkomsten door het jaar heen. Herdenkingsconcerten, theatervoorstellingen, lezingen, themadagen en gespreksavonden waarin we samen praten over de dood. In de agenda leest u alles over ons programma

naar agenda