Boek is nog niet uit

"Deze had ze nog niet uit"

We kiezen de muziek, de laatste kleding en de weduwnaar wil graag een gedicht voordragen. Het is niet de afscheidsscène uit een dramaserie, maar mijn werk. Je kan als uitvaartverzorger alles tot in de puntjes hebben uitgedacht. Maar dat spontane extraatje, daarin ligt de betekenis voor nabestaanden.

Het is een warm gezin. Twee dochters en hun partners heten mij van harte welkom op de kamer van het verzorgingshuis waar hun overleden moeder op bed ligt. Nog niet verzorgd en omgekleed, maar ze ligt er lief bij.

De volgende dag kom ik weer langs met de kaarten. Moeder ligt in de prachtige kobaltblauwe jurk in een helder witte kist die we samen uitzochten. Het staat haar goed. Ik kijk de dochters blij aan en zij beantwoorden mijn blik met: ‘Ja, mooi he!’ We verzamelen ons weer om hun moeder heen en praten over de invulling van de dienst. Ze willen nog een rouwbezoek in het verzorgingshuis houden en dat ga ik direct regelen. Na het bezoek wil de familie dan met elkaar, eenmaal terug op de kamer, de kist sluiten.

Omdat de kist voor het rouwbezoek van driehoog naar beneden moet en ook weer terug, zijn er een aantal van mijn collega’s bij. We schenken samen de koffie uit en delen petit-fourtjes rond. Want petit-fourtjes, daar hield moeder zo van. Het is een goed bezocht rouwbezoek, waar de kinderen tevreden op terugkijken.

Als alles is opgeruimd en de familie zich klaarmaakt om naar boven te gaan zeggen mijn collega en ik tegen elkaar: ‘Misschien kunnen we hier beneden wel de kist sluiten? Hier is meer ruimte en het staat er nu ook zo mooi bij met de bloemen eromheen.’ We stellen het aan de familie voor. Zij vinden het een goed idee. ‘Fijn, goed aangevoeld,’ denk ik nog in mezelf. Langzaam treffen we de voorbereidingen: we vouwen de bekleding naar binnen en een dochter neemt de bril van mama af.

De bril was net nieuw en we spraken af dat ze haar eigen glazen erin zou laten zetten, zodat ze de bril van haar moeder kan blijven dragen. Maar op het moment dat ik het deksel wil aangeven zegt een schoonzoon: “Wacht, ik moet nog even iets van boven halen!”, en hij rent weg.

Na 5 minuten komt hij hijgend weer beneden. Met in zijn hand een stripboek en hij zegt: ‘Deze moet mee, ze had hem nog niet uit!’

Ik realiseer me telkens weer - niet gek met dit werk - : we gaan allemaal dood. Ook ik. En als mijn tijd komt vertrouw ik volledig op mijn naasten. Zij weten wel wat ik belangrijk vind. Namelijk dat zij mijn afscheid op hun eigen manier kunnen vormgeven. Zij mogen tenslotte door in het leven, maar mijn boek is dan uit.

Heleen van der Kwaak is uitvaartverzorger bij Yarden Utrecht.

0 Reacties

Geef uw reactie

Uw persoonlijke gegevens worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden en ook niet doorgegeven aan derde partijen.

Cookie-instellingen