"Ik had geen idee dat een uitvaart


zo'n inspirerend afscheid kon zijn"

"Ik had geen idee dat een uitvaart


zo'n inspirerend afscheid kon zijn"

Surinaamse uitvaart

Bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kregen de Surinamers de keuze: Nederlander blijven of Surinamer worden. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich overzee.

Dé Surinamer bestaat niet, zowel in Nederland als in Suriname wonen onder andere Hindoestanen, Hindoestaanse moslims, Creolen, Stadscreolen, Indianen, Javanen en Chinezen. Elk van deze groepen heeft eigen gebruiken en tradities bij een overlijden. Deze bespreken we dan ook afzonderlijk.

Surinaamse Nederlanders

Nederland telt op dit moment naar schatting 350.000 Surinamers. Cultureel en etnisch gezien vormen zij geen homogene groep. De laatste berekeningen laten zien dat de grootste groep wordt gevormd door de Hindoestanen, met een aantal van circa 151.000. Een andere grote groepering wordt gevormd door de circa 132.000 Creolen. Verder wonen in Nederland circa 22.000 Javanen, 11.000 Surinaamse Chinezen en 11.000 Marrons. De Hindoestanen zijn met name woonachtig in Den Haag, Rotterdam, Zoetermeer en Almere. Creolen zijn vooral te vinden in Amsterdam, Almere en Rotterdam, net als de Chinezen en Marrons. De Javanen wonen met name in Almere, Den Haag en Rotterdam, maar ook in een aantal gemeenten in Groningen.

Chinezen

Voor informatie over de Chinese gemeenschap uit Suriname verwijzen wij u naar onze pagina over rouwrituelen rond een Chinese Uitvaart.

Surinaamse uitvaart: Creolen

De Creolen zijn in te delen in de stadscreolen en de Boslandcreolen, de afstammelingen van destijds gevluchte slaven die in de bossen hun toevlucht zochten. Die laatste groep heet ook wel ‘Marrons’. Niet iedereen is gelukkig met die naam. De vroegere plantagehouders gebruikten deze naam voor gevluchte slaven, maar Marrons is intussen een geuzennaam geworden, die door deze bevolkingsgroep met trots wordt gedragen.

De tradities en denkbeelden van de wintireligie

Voor veel Creolen is de wintireligie belangrijk. Deze religie gaat terug op oude Afrikaanse tradities en denkbeelden over leven en dood. In de tradities van de Boslandcreolen is de wintireligie heel nadrukkelijk aanwezig. Bij de Stadscreolen is dat minder.

Christelijke godsdienst en winti bij de Creoolse begrafenis

Creolen zijn meestal aanhangers van de christelijke godsdienst die in de koloniale tijd werd overgedragen: vaak behoren zij tot de Nederlandse Hervormde Kerk, de Evangelische Broeder Gemeente of de Rooms-Katholieke Kerk. In Suriname zijn in de christelijke godsdienst traditionele elementen van de wintireligie opgenomen, zoals in de rituelen bij het afleggen van de overledenen waarvoor de aflegvereniging zorgt. Christelijke Creolen benoemen die rituelen vaak niet als winti, maar beschouwen de rituelen als onderdeel van de eigen religie. Tijdens het afleggen, bij de dodenwake en de viering van ‘dede oso’ en ‘aity dey’ in de rouwperiode, zingt men christelijke liederen alsook traditionele Surinaamse liederen, al kent men vaak de oude betekenis daarvan niet meer.

Het leven na de dood

In de wintireligie is er een complex idee over het leven na de dood. Eigenlijk is er niet één wintireligie, maar zijn er verschillende stromingen, elk met eigen rituelen waarin magie een centrale plaats inneemt. Alle voorgeschreven handelingen en rituelen zijn erop gericht om de zielenrust van de overledene te garanderen. Daarom is het ook erg belangrijk voor de nabestaanden dat de juiste rituelen worden uitgevoerd op de juiste manier. Degenen die ook behoren tot het christendom geloven dat de ziel van de overledene terugkeert naar God, maar kort na de dood nog rondwaart in de buurt van de overledene en de nabestaanden. Rituelen rond een Creoolse begrafenis moeten er voor zorgen dat de ‘zwerfziel’ tevreden en in rust de aarde kan verlaten. Andere Creolen geloven dat de ziel terugkeert in een ander persoon. Zij geloven dus in reïncarnatie.

Spreken met de stem van de overledene

In trance raken is een ander aspect in de winti-traditie. Iemand spreekt bijvoorbeeld ineens met de stem van een overledene, hetgeen voor de omgeving angstaanjagend kan zijn, maar juist ook troostend voor de anderen die dan nog met de overledene kunnen overleggen hoe hij of zij de zaken graag geregeld ziet. In trance raken komt ook voor tijdens de zogenaamde ‘compassie-bijeenkomsten’ tijdens de rouwperiode, dede oso of de aity dey. De nabestaanden herdenken met elkaar de overledene en treffen regelingen. Binnen de winti-traditie is het mogelijk om op afstand afscheid te nemen van een overledene. Dat is voor wie niet in staat is om naar de Creoolse begrafenis te komen heel belangrijk.

Niets regelen vooraf aan het overlijden

Aanhangers van de wintireligie vinden het belangrijk dat bij overlijden er helemaal niets vooraf is geregeld. Pas na de dood mag er een kist worden gemaakt. Dat doen verscheidene kistenmakers, de kisiman. Een comité van grafpriesters, oloman, neemt de leiding in de plechtigheden. In het comité zitten grafdelvers, lijkbewassers, lijkvervoerders en kistdragers. Het huis van de voorouders, het zogenaamde weenhuis of kee osu, fungeert als mortuarium. Hier wordt de overledene opgebaard en tot de begrafenis worden er dag- en avondwaken gehouden met zang en dans op het ritme van drums, de apinti. Hier nemen familie en bekenden afscheid en wordt de kist gesloten die daarna nooit meer mag worden geopend. De begrafenis is buiten het dorp in het bos. Op een begraafplaats mag nooit iemand komen, tenzij voor een begrafenis of een officiële ceremonie.

Een halfjaar in de rouw na een Creoolse begrafenis

De rouwperiode voor de partner duurt een half jaar. Wie in de rouw is dient zo min mogelijk aandacht aan het uiterlijk te besteden. Een weduwe knipt het haar kort. Een weduwnaar draagt een zwarte baret en een zwart touw om de hals. Een knelpunt is dat de rituelen veel tijd vergen. In rouwcentra is dat veelal niet mogelijk of het maakt de kosten hoog. Afscheid thuis levert vaak overlast op voor de buren doordat de vaak luidruchtige rouwceremonies doorgaan tot diep in de nacht.

Het bewassen van de overledene

In de rituelen rond de dood bij Creolen spelen de aflegorganisaties een belangrijke rol. Zij dragen zorg voor het wassen van een overledene volgens strikte en strikt geheime rituelen. Hun koepelorganisatie is de Landelijke Federatie van Surinaamse aflegverenigingen. (LFSA). Elke aflegorganisatie werkt aan de hand van het eigen beleid. De LFSA bemiddelt tussen aflegorganisaties, uitvaartondernemingen en verzekeraars om betere faciliteiten, zoals bewassingsruimten, te bewerkstelligen.

De geheimen van de aflegvereniging

De leden van de aflegvereniging, de dinari, kunnen afkomstig zijn uit verschillende kerken: in de regel protestants of rooms-katholiek. Aan toetreding op uitnodiging van de aflegvereniging, gaat een strenge selectie vooraf. Over het werk wordt niet gepraat. De leden hebben een geheimhoudingsplicht waarin alle aflegverenigingen zeer streng zijn. Alleen leden kennen de geheimen van het afleggen en iedere keer leggen ze een eed af te zwijgen over de geheimen. Deze geheimen gaan binnen de aflegvereniging over van generatie op generatie via de mondelinge traditie. Als buitenstaander zal men zal nooit de geheimen van het afleggen te weten komen. Leden van een aflegvereniging werken vrijwillig. Als loon krijgen ze symbolisch een stukje brood. De materialen die gebruikt worden, worden wel door de familie van de overledene betaald, maar bijvoorbeeld reiskosten komen voor eigen rekening. Er is sprake van concurrentie tussen de aflegverenigingen onderling: elke vereniging wil graag de eer krijgen om een overledene te bewassen.

Steeds meer Surinaamse jongeren bij aflegverenigingen

Surinaamse jongeren in Nederland krijgen steeds meer interesse in de oude tradities. Hier kunnen zij toetreden tot aflegverenigingen. In Suriname zou dat niet gebeuren. Daar is het ondenkbaar dat een vrouw die nog menstrueert deelneemt aan een bewassing. In Nederland gebeurt dit wel, hoewel zij niet alle handelingen mag uitvoeren.

Marrons (Boslandcreolen)

De Marrons vormen een ‘vergeten’ groep uit de Surinaamse gemeenschap. Het grootste deel van deze groep kwam als laatste van de immigranten uit Suriname naar Nederland. Ze vluchtten in 1986 na het begin van de burgeroorlog tussen Brunswijk en Bouterse. In het Surinaamse binnenland hebben de Marrons een eigen bestuur. Er zijn vier stammen, ieder met hun eigen traditionele leiders.

De ziel gaat terug naar God

Een groot deel van de Marrons is christen. De meeste van hen zijn aangesloten bij de Protestantse Kerk, een klein deel bij de Rooms-Katholieke Kerk. Daarnaast speelt voor velen de wintireligie een belangrijke rol. Hier staat God aan de top van de piramide; aan de basis ervan leven de mensen op aarde. Hun ziel, akaa, vertegenwoordigt God. Na overlijden gaat de ziel terug naar God en blijft het lichaam op aarde. Communicatie tussen God en mens verloopt via opperwezens, onzichtbare goden die lucht, aarde, water en het bos vertegenwoordigen. De boodschappen van God komen tot de mensen via wintimannen, priesters met bovennatuurlijke krachten. Deze wintimannen vervullen bij de dood een cruciale rol. Er zijn 3 rangorden. De wintipriester constateert de dood, waarna een andere groep het lijk wast en een derde groep het graf delft.

Zittend en nooit alleen sterven

Een zieke Marron wordt tijdens zijn ziekbed gezelschap gehouden door de partner. Als de zieke dreigt te overlijden moet de partner de zieke verlaten. De partner zal ook niet de begrafenis bijwonen. In zijn laatste uren wordt de zieke nooit alleen gelaten. Hij wordt gesteund en overeind gezet, zodat hij zittend kan sterven. Liggend sterven zou getuigen van gebrek aan verzorging en is zondig. De stervende wordt vastgehouden tot hij is gestorvene. De hele familie verzamelt zich rond het sterfbed. Andere familieleden vangen de huilende en schreeuwende partner op om die te troosten. Het is niet gebruikelijk dat de partner na het overlijden nog afscheid neemt van de overledene. Jongeren hebben vaak moeite met dit gebruik en zien dit graag veranderen.

Samen huilen en lachen

Familie en andere nabestaanden komen naar het huis van de overledene. Iedereen uit zijn verdriet door te huilen. Men biedt steun aan de naasten door samen te praten over de overledene en zijn leven, men zingt samen, er wordt gelachen, er wordt samen gegeten. Zo laat men zien aan de achterblijvers dat het leven doorgaat, ondanks het grote verlies.

Een uitvaart in oude traditie

Een begrafenis in de complete traditie van de Marrons is niet mogelijk in Nederland, wel in Suriname. Daarom laten Marrons hun overledenen nog vaak terugbrengen naar Suriname voor een traditionele uitvaart. Speciale uitvaartverzekeringen dekken de kosten daarvan. De kosten van een begrafenis in Suriname zijn hoog. Wanneer de familie van een overledene het geld niet kan opbrengen, draagt de gemeenschap bij om repatriëring mogelijk te maken. Een probleem is dat veel Marrons in Nederland de rouwrituelen niet kennen. De gemeenschap telt relatief veel jonge mensen en zij missen de ouderen die de tradities wel kennen. Een ander probleem is dat men soms de cultuur van vóór de emigratie probeert na te leven, terwijl die in het land van herkomst inmiddels is veranderd.

Een Surinaamse begrafenis voor stadscreolen

Stadscreolen combineren christelijke tradities met eigen invullingen uit de wintireligie. In de rituelen rond de dood is de lijkbewassing heel belangrijk. Lees hier ook meer over bij het algemene tekst over Creolen.

Verzorging van de overledene

Stadscreolen organiseren zich in loges, zoals de Forresters en de Vrijmetselaars. Dit zijn een soort sociale organisaties, apart voor mannen en voor vrouwen, waarvan de leden onderling sterk verbonden zijn. Deze loges hebben vaak ook een eigen aflegvereniging. De lijkbewassing kent, zoals eerder aangegeven, eigen riten en regels. Het moet ervoor zorgen dat de overledene zijn voorouders rein tegemoet kan treden en dat de ziel niet blijft rondspoken bij de nabestaanden. Bovendien moeten de leden van de aflegvereniging ervoor zorgen dat de overledene er goed uitziet, zodat iedereen zich deze zo mooi mogelijk kan herinneren. De lijkbewassers begeleiden de familie van de overledene in de rouw tot na de veertigste dag.

Een wassing van kruiden en alcohol

Voor de verzorging van de overledene maken de aflegverenigingen meestal gebruik van de faciliteiten van de reguliere uitvaartondernemers. Na de eerste voorbereidingen, waarbij onder andere gebeden worden uitgesproken, wordt de familie binnen genodigd om afscheid te nemen van de overledene.  Hierbij kunnen emotionele taferelen ontstaan.

De leden van de aflegverenigingen zorgen er met behulp van zakdoeken voor dat er geen tranen op de overledene vallen, want dit zou per ongeluk een verbinding met de geestenwereld tot stand kunnen brengen. Wanneer de familie de ruimte weer heeft verlaten begint men aan de rituele wassing zelf. Daarbij maakt men gebruik van eigen recepten van mengsels met onder andere alcohol en kruiden ter conservering van het lichaam.

Tijdens het wassen wordt gebeden, er worden liederen gezongen en er wordt regelmatig wat alcohol gedronken. Tot slot wordt de overledene mooi aangekleed met de kleding die de familie heeft uitgezocht. De kist wordt opgemaakt met attributen als gevouwen doekjes en bloemen (hoewel voor sommigen bloemen juist weer verboden zijn).

Het dede oso

De rouw benadrukt de verbondenheid van de doden met de levenden en moet er voor zorgdragen dat de overledene rust vindt. Na het overlijden worden er verschillende rouwbijeenkomsten georganiseerd in het dede oso; het dodenhuis. Bij een sterfgeval draait men spiegels en portretten om of dekt die af. Er wordt rouwkleding gedragen volgens bepaalde voorschriften.

Onregelmatige danspassen zetten geesten op een dwaalspoor

Als onderdeel van het afscheid wordt een grote rouwbijeenkomst gehouden in het rouwcentrum. De leden van de aflegvereniging brengen de kist de rouwzaal binnen onder het zingen van traditionele en christelijke liederen. Daarbij maken ze vaak onregelmatige danspassen, de zogenaamde krepsi-pas of paradedans.

Men weet niet precies wat de achterliggende betekenis hiervan is, maar men vermoedt dat dit bedoeld is om de kwade geesten op een dwaalspoor te brengen. Soms gaan de aanwezigen ook meedoen, waardoor een haast feestelijke stemming kan ontstaan. Uiteindelijk wordt de kist vooraan in de zaal geplaatst. De dominee of pastor gaat voor in gebed. Er kunnen toespraken gehouden worden. Aan het einde loopt iedereen langs de kist om afscheid te nemen, wat vaak ook weer aanleiding is voor heftige emoties.

Een dodenwake tot laat in de nacht

Op de avond voor de begrafenis wordt in de dede oso een dodenwake gehouden, de broko dey. Deze begint ’s avond om 8 uur en duurt in principe de hele nacht tot de volgende morgen 5 uur. Deze broko dey heeft een vast verloop. In het midden van de kamer wordt een tafel neergezet met daarop een wit laken. Daarop worden een brandende kaars, een schoteltje en een glas water geplaatst.

een goede gang van zaken kan de familie een beroep doen op een ‘deskundige’, die op basis van ervaring kan voorgaan in gebed en gezang. Er wordt ook veel gepraat, er worden anekdotes opgehaald. Er is van alles te eten en te drinken. Omdat zo’n bijeenkomst gedurende de hele nacht overlast kan veroorzaken voor de buren en omdat men vaak toch de volgende morgen weer op het werk moet zijn, breekt men tegenwoordig de rouwbijeenkomst ook wel om twaalf uur ’s nachts af.

Een lange rij langs het graf

Op de dag van de uitvaart is er voor de naaste familie ’s morgens eerst een kleine plechtigheid in het rouwcentrum. Daarna gaat men naar de begraafplaats. Soms wordt de overledene voor de laatste keer naar huis gebracht om er afscheid te nemen van zijn vertrouwde omgeving, waarna de eigenlijke Surinaamse begrafenis volgt.

Op de begraafplaats vindt vaak eerst nog een gebedsdienst plaats in de aula. Daarna volgen de aanwezigen de kist en de naaste familie in een lange rij naar het graf onder het zingen van liederen. Bij het graf gaat de dominee of pastor voor in gebed, er wordt gezongen en de zegen wordt uitgesproken.

Allerlei lekkers voor de overledene

Na de begrafenis vindt na acht dagen opnieuw een rouwbijeenkomst plaats in de dede oso. Deze wordt aiti dey genoemd. Op deze dag zou, volgens de winti-gelovigen, de ziel van de overledene aanwezig zijn. Daarom maakt men allerlei lekkers klaar en wordt dat klaar gezet. Opnieuw wordt er weer veel gezongen, gebeden, gepraat, gegeten en gedronken. En ook deze keer gaat de ceremonie bij voorkeur door tot de volgende morgen. Soms wordt na 6 weken een laatste rouwbijeenkomst gehouden, ‘siksi wiki’, waarbij de eerste periode van zware rouw wordt afgesloten.

Surinaamse uitvaart: Hindoestanen

Van de Hindoestanen uit Suriname vormen de hindoes de grootste groep: ongeveer 80%. Er zijn ook Hindoestaanse moslims, bijna 20%, en een heel kleine groep Hindoestaanse christenen (Rooms-katholiek of protestant).

Van witte, naar zwarte rouwkleding

In Suriname behielden veel van de uit het voormalig Brits-Indië aangevoerde Hindoestanen hun hindoe-religie. Het voor hindoes belangrijke kastenstelsel verdween wel naar de achtergrond. In Suriname hebben de hindoes allerlei elementen vanuit de meer christelijke traditie opgenomen in hun hindoe-gebruiken. Een voorbeeld is de rouwkleding. Vroeger was het voorschrift dat de familie van de overledene in het wit gekleed ging. Nu is het meer gebruikelijk dat men zwart of zwart met wit draagt.

Respect voor de ouderen

In hindoegemeenschappen heeft men veel respect voor ouderen. Die zijn gewend dat hun wensen direct ingewilligd worden. En dat levert in de Nederlandse situatie wel eens problemen op. In Suriname worden hindoe-ouderen door de jongere generatie in huis genomen en verzorgd. In Nederland komen steeds meer hindoes in verpleeghuizen terecht.

Lastig om goede geestelijke zorg te krijgen

Voor een hindoe die stervende is in een ziekenhuis, is het vaak lastig om de specifieke geestelijke zorg te krijgen, die een hindoe behoeft. Ziekenhuizen en verpleeghuizen zouden nauwere contacten moeten onderhouden met de hindoepriesters, de pandits. In sommige instellingen zijn al wel speciale ruimtes ingericht die plaats bieden aan niet-westerse rituelen, maar dit is niet altijd een goede oplossing. Een voorbeeld: voor hindoes is het belangrijk dat een gebedsruimte rein is. Wanneer een vorige groep in de ruimte vlees heeft gekookt, is de ruimte voor de hindoes onrein. Niet alle Hindoestanen hebben een uitvaartverzekering, hoewel het onderwerp voor hen goed bespreekbaar is. Verzekerd of niet, velen maken gebruik van vaste uitvaartondernemers uit eigen kring, die op hun beurt weer gebruikmaken van de faciliteiten van grote gevestigde ondernemers.

Zoveel bezoekers passen niet in het crematorium

Nederlandse crematoria zijn te klein voor de gemiddeld 500 à 600 bezoekers bij een Hindoestaanse crematie. Ook rouwcentra in ziekenhuizen of instellingen zijn meestal te klein voor dit grote aantal bezoekers. Met het oog op de grote bezoekersaantallen en de lengte van de rouwplechtigheden bij hindoes worden de hindoe-crematies meestal aan het einde van de middag gepland.

Een generatiekloof

De uitgebreide rituele handelingen leveren in deze tijd ook voor de hindoes zelf steeds meer knelpunten op. De jongeren, maar ook ouderen spreken vaak de taal niet, waarin de pandits hun gebeden uitspreken. Een groot deel van de betekenis van de gebeden gaat dan ook aan hen voorbij. Steeds meer pandits gaan er daarom toe over om de gebeden deels in het Nederlands te doen.

De jongere generaties zijn vaak niet goed op de hoogte van de achterliggende betekenis van de rituelen. Vaak ook willen jongeren niet meer meedoen aan de rituele voorschriften. Ze willen bijvoorbeeld niet hun hoofd kaal scheren.

Hindoestaanse moslims en de Surinaamse begrafenis

Onder de Hindoestaanse moslims zijn twee stromingen te herkennen: de soennieten en de Ahmadiyya.Lees meer over de rouwrituelen van soennieten op de pagina Islamitische uitvaart. De Ahmadiyya gelden als de meer liberale stroming. Bij hen gaan vrouwen bijvoorbeeld wél mee naar de begraafplaats. De Ahmadiyya worden door de andere moslims niet als moslims beschouwd, omdat zij Mohamed niet beschouwen als laatste profeet. Deze afwijzing gaat soms zo ver dat men Ahmadiyya niet wenst toe te laten op een islamitisch begraafvak. De Hindoestaanse soennitische moslims gaan ervan uit dat Ahmadiyya ketters zijn en dat hun aanwezigheid de begraafplaats definitief ‘besmet’ en voor henzelf ongeschikt maakt.

Javanen & de Surinaamse begrafenis

In Nederland wonen op dit moment circa 22.000 Javaanse Surinamers. De gemeenschap kent relatief veel ouderen. De Javanen zijn met name woonachtig in Groningen en de Randstad. Het merendeel van de Javaanse Surinamers is moslim, een kleine minderheid is christelijk. Hier worden de specifieke gebruiken rond de uitvaart van de Javaanse Surinamers met een moslim achtergrond beschreven.

Westbidders en oostbidders

Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de westbidders en de oostbidders. De westbidders richten zich bij het bidden in westelijke richting. Dit gebruik gaat terug naar de tijd op Java. Immers vanuit Java gezien ligt Mekka in het Westen. De oostbidders daarentegen bidden in oostelijke richting, omdat Mekka vanuit Suriname gezien in het Oosten ligt.

De verschillen tussen beide groepen gaan dieper dan alleen de richting waarin men bidt. De westbidders zijn meer traditioneel en combineren de islam met de ‘kejawen’, een levensbeschouwing met animistische, hindoeïstische en boeddhistische elementen. De oostbidders kiezen meer voor de islam in meer strikte, zuivere vorm, alhoewel ook bij deze groep traditionele elementen een rol kunnen spelen.

De verschillen tussen oostbidders en westbidders zijn belangrijk bij de rouwrituelen. Op deze pagina besteden we met name aandacht aan de westbidders. Meer informatie over de oostbidders kunt u vinden op de islamitische gemeenschap.

De ‘gewone’ islam vs de oorspronkelijke Javaanse cultuur

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar aangenomen wordt dat de meeste Javanen behoren tot de westbidders. De ‘gewone’ islam wint wel terrein. Dat heeft te maken met het feit dat de traditionele Javanen geen eigen ‘boek’ hebben. De gewone islam heeft de koran en dat biedt meer houvast.

De Javanen die destijds naar Suriname gehaald werden als contractarbeiders kwamen vaak van het platteland (dessa) en waren ongeletterd. In Suriname hebben ze een heel eigen terminologie en rituelen ontwikkeld, omdat ze niet meer precies wisten hoe het zat met voorschriften van het geloof.

Na nog weer eens gemigreerd te zijn naar Nederland, is onder de Javanen de onzekerheid en onwetendheid over wat het geloof nu eigenlijk voorschrijft alleen nog maar toegenomen. Vandaar wellicht een groeiende voorkeur voor de ‘gewone’ islam en de Koran, maar er is ook een groeiende belangstelling voor de oorspronkelijke Javaanse cultuur en taal onder jongeren.

De imam is een kaum

De westbidders, de traditionele Javanen, kennen geen imams, maar een kaum. Een imam heeft een officiële opleiding doorlopen. Een kaum is een vrijwilliger die binnen de vereniging een beperkte opleiding heeft gehad en examen gedaan in het lezen van koranteksten. Hij leert de traditionele gebruiken binnen de vereniging.

De stervende begeleiden

Als het nodig is gaat een kaum naar de stervende en helpt de stervende zich voor te bereiden op de dood. De traditionele Javanen gaan ervan uit dat iemand, als hij niet goed leeft, gestraft wordt met lijden om daardoor tot inkeer te komen. De stervende dient begeleid te worden met de juiste spreuken en woorden. Het geeft ook veel steun aan de familie als men weet dat de begeleiding goed verlopen is.

De overledene wassen met water en bloemblaadjes

De verzorging van de overledene gebeurt bij de Javaanse Surinamers meestal door een wasgroep via de eigen culturele vereniging of moskee. Bij de oostbidders wassen mannen de mannen en vrouwen de vrouwen. Bij de traditionele Javanen is de groep vaak gemengd. Familie kan hierbij aanwezig zijn.

Bij de wassing wordt het lichaam overgoten met water met zeven bloemessences en bloemblaadjes. De kaum, voorganger van de westbidders, is aanwezig om rituele teksten uit te spreken om de geestenwereld de komst van de ziel van de overledene aan te kondigen. Vaak wenst men gebruik te maken van een aparte kamer om de overledene verder te verzorgen. Daar worden matten op de grond gelegd.

Na het afdrogen worden de lichaamsdelen die tijdens het dagelijks gebed met de grond in aanraking komen ingewreven met fijngemalen kamfer. Deze worden vervolgens bedekt met watten. Daarna wordt de overledene ingewikkeld in witte doeken (volgens de algemene islamitische gebruiken).

Graag zo snel mogelijk begraven

Net als bij de andere islamitische groeperingen willen de Javaanse Surinamers graag hun overledenen snel begraven. In de meeste gevallen kiest men voor een begrafenis in Nederland.

Op de dag van de begrafenis voert de kaum, de Javaanse gebedsvoorganger, samen met enkele mannelijke familieleden, een ritueel uit op de begraafplaats op de plaats waar het graf moet komen. De kaum maakt hierbij verbinding met de geestenwereld. Er wordt gebeden en men vraagt aan God of de plaats van het graf kan worden goedgekeurd. Een van de mannen houdt een paraplu op om de overledene te beschermen tegen het kwaad.

Gele rijstkorrels en muntjes voor een goede reis

Voorafgaand aan de begrafenis wordt door de kaum het rituele dodengebed gehouden, meestal in het uitvaartcentrum. De aanwezige mannen zijn gekleed in een lange sarong en dragen een traditionele zwarte muts.

Er worden gele rijstkorrels en muntjes voor de kist op straat gestrooid voor het vertrek naar de begraafplaats. De Javaanse Surinamers gaan ervan uit dat de overledene een lange reis gaat maken. De rijst is bedoeld om de ziel weldoorvoed de weg te wijzen en de muntjes om de geesten gunstig te stemmen, zodat ze de overledene onderweg zullen beschermen. Ook worden gebeden gezegd door de kaum, wederom onder een paraplu. Meestal gaat men op weg naar de begraafplaats nog langs het huis van de overledene.

Strooien met zout

Aangekomen op de begraafplaats wordt de kist gedragen door mannelijke familieleden. Een man loopt voorop en strooit ook hier rijstkorrels en muntjes voor de kist. Enkele thuisblijvende vrouwen strooien zout in het rond, om te voorkomen dat de geest van de overledene huiswaarts keert. Iedereen verzamelt zich rond het graf. Vrouwen zijn in tegenstelling tot wat gebruikelijk is bij de meeste andere groeperingen van moslims wel aanwezig op de begraafplaats. Zij zitten wel apart van de mannen.

Het graf wordt bezocht door twee engelen

Javanen geloven dat de overledene in het graf bezocht wordt door twee engelen. Daarvoor is het nodig dat de overledene rechtop moet kunnen zitten. Vandaar dat men een speciale constructie in het graf laat aanbrengen. Voor men de kist laat dalen wordt deze geopend boven het graf. De overledene wordt op de rechterzijde gedraaid. Daaromheen worden zeven zand/kleiballen gelegd.

De verklaringen hiervoor lopen uiteen. Sommigen geven aan dat de ballen bedoeld zijn om het lichaam op de plaats te houden, andere zeggen dat de zeven ballen symbool staan voor de zeven ledenmaten die bij het bidden de grond raken, de zeven levensfasen van de mens en de zeven hemelen waarvan sprake is in de koran.

De kaum spreekt gehurkt naast het hoofd van de overledene enkele Javaanse rituele spreuken uit en fluistert hem de talqien (bede om de overledene te onderwijzen in wat hij moet zeggen als de twee engelen hem komen vragen ‘Wie is uw heer?’, ‘Wat is uw geloof?’ en ‘Wie is de boodschapper die naar u gezonden is?’.

Een paraplu aan het hoofdeinde van het graf

Ook hier wordt door een van de mannen een paraplu opgehouden. Nadat de kist in het graf is geplaatst wordt deze afgedekt met plankjes. Alle aanwezigen scharen zich gehurkt of geknield rond de grafheuvel, die wordt bedekt met bloemen voor de laatste rituelen. De paraplu wordt aan het hoofdeinde van het graf in de grond geplaatst. Deze hoort hier volgens de oude tradities veertig dagen te blijven staan.

Een reis van duizend dagen

De Javaanse Surinamers geloven dat de overledene een lange reis gaat maken van duizend dagen. Het is de taak van de nabestaanden om deze reis zo goed mogelijk te begeleiden. Dat kunnen ze doen door offers te brengen. Dat doen de nabestaanden individueel thuis, maar ook op gezette momenten gezamenlijk. Deze gezamenlijke bijeenkomsten heten slametans, waar de overledene wordt herdacht en offers worden gebracht. Ze vinden plaats op de zevende dag na de uitvaart, de veertigste dag, na het eerste jaar, na het tweede jaar en op de duizendste dag.

Yarden wil een goed en waardig afscheid voor iedereen

Een goed afscheid helpt je verder als de uitvaart voldoet aan alle wensen van de overledene, uit welke cultuur dan ook. Heeft u vragen over de mogelijkheden of wilt u meer weten over rouwrituelen rond een Surinaamse begrafenis, neem dan contact met ons op. Onze medewerkers zitten voor u klaar.


Uitvaart regelen met een uitvaartverzorger

Kunnen wij u helpen?

U kunt met al uw vragen over afscheid bij ons terecht.

We zijn dagelijks open van 8.00 - 21.00 uur.

Bel gratis 0800 1292

Neem contact op

Spiritueel afscheid in de natuur

Inspiratie voor een mooi afscheid

Inspiratie opdoen voor uw uitvaart? Lees meer over bijzondere uitvaarten die we hebben georganiseerd, persoonlijke uitvaartthema's en rouwrituelen.

Lees meer

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Behoefte aan informatie?

Neem gratis contact met ons op:

0800 1292
Maandag t/m zondag van 8:00 tot 21:00 uur
Bel mij terug08:00-21:00 (ma t/m zo)
Chat online08:00-21:00 (ma t/m zo)
WhatsApp met ons08:00-17:00 uur (ma t/m zo)

Behoefte aan advies?

Neem contact op voor een persoonlijk adviesgesprek

Adviseur Yarden
Onafhankelijke adviseur